Frank van Roessel schildert de producten die we voor lief nemen

Frank van Roessel

Vanuit zijn ruime atelier op de derde etage van het FLUOR-gebouw aan de Schipholweg in Haarlem heeft Frank van Roessel (44) een fantastisch uitzicht over de stad. Hij kijkt uit op de Grote of Sint-Bavokerk die hoog boven het centrum uittorent, het Spaarne en Molen De Adriaan. Aan een lange wand in zijn atelier hangen grote schilderijen met gele en blauwe parasols, uitvergrote diamantkoppalen en vuilnisbakken in verschillende kleuren. De schilderijen van Frank zijn vaak absurdistisch en kleurrijk. Hij plaatst banale objecten pontificaal in vlakke Hollandse landschappen. “Wie goed kijkt stuit bij ieder voorwerp vrijwel altijd op een vorm van schoonheid. ‘Vierkantemetergeluk’ noem ik dat.” Frank houdt van herhaling. De parasol bijvoorbeeld schildert hij al jaren en boeit hem nog steeds. “Voor mij staat dat voorwerp voor ruimte, rust en vrijheid. Ik vind het soms fijn om alleen te zijn, de parasol symboliseert een soort vrolijke eenzaamheid. Alleen betekent natuurlijk niet per se eenzaam.” De kunstenaar kiest bewust voor het schilderen van herkenbare voorwerpen. “De producten die we voor lief nemen, die we al honderden keren gezien hebben en waar we totaal geen aandacht voor hebben. Het zijn dankbare onderwerpen om uit te lichten, zoals bijvoorbeeld de diamantkoppaal. Ik zie schoonheid in het alledaagse.” TEXTSTUDIO sprak hem in zijn atelier voor HRLM. (Foto’s: Christhilde Klein)

80 jaar Vrijheid Haarlem: een magazine over oorlog, vrijheid en herdenken

80 jaar vrijheid

80 jaar Vrijheid Haarlem is een eenmalig magazine. Het blad belicht verschillende aspecten van vrijheid, van historische mijlpalen tot persoonlijke verhalen en hedendaagse inzichten. TEXTSTUDIO sprak met oorlogsslachtoffers, nabestaanden, schrijvers van oorlogsboeken en kunstenaars. Eén van de geïnterviewde is Mirjam Vrees. Ze bundelde de dagboeken van haar moeder uit de Tweede Wereldoorlog. Jantine Hazenberg vertelt over haar vader, banketbakker Gerard, die veertig Haarlemse kinderen de Hongerwinter door hielp. Femmetje de Wind schreef een boek over Esther Vleeschhouwer-Blocq (100). Ze overleefde acht concentratiekampen dankzij de liefde van haar man en de bescherming van Philips. Haarlemse kunstenaar Ap Esenbrink licht zijn speciaal ontworpen ‘Vrijheidsbeeld’ toe. Jeltje de Vries vertelt over haar opa Johan de Vries die een dagboek bijhield voor zijn broer Herman die tijdens de Tweede Wereldoorlog vastzat in een concentratiekamp. Hij wilde hem kunnen informeren bij diens terugkeer over de gang van zaken in hun boekhandel. Historici Jan de Roos en Jan-Jaap van den Berg schreven een boek over ‘fout volk’ in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over veel collaborateurs, verraders en profiteurs weten we niets of weinig, menen de publicisten. TEXTSTUDIO was medeverantwoordelijk voor de redactie en schreef meerdere interviews voor het magazine.

Hart & ziel uitvaarten: Muziek raakt iedereen

Martine Klumper Elise Alders

Bij het afscheid naar de favoriete muziek van de overledene luisteren raakt alle aanwezigen. Samen zingen of neuriën maakt ook veel los én verbindt. Volgens Martine Klumper en Elise Alders van hart & ziel uitvaarten is muziek tijdens een uitvaart van toegevoegde waarde. TEXTSTUDIO schrijft een serie korte interviews met de twee dames. Martine: “Op diverse afscheidslocaties staat een piano of vleugel, live muziek is prachtig bij een afscheid. Een klassiek orkestje, een jazz trio, een zangeres of een kleinkind dat pianospeelt creëert gelijk een andere sfeer.” Elise: “Je kunt ook kiezen voor muziek die je aan de overledene doet denken, of voor een nummer waar je diegene in herkent. We adviseren mensen om anders te durven denken. Deel bijvoorbeeld de songtekst uit van een mooi lied en zing het met z’n allen. Het geeft niet als het vals is. Met elkaar zingen is heel moeilijk als je verdriet hebt, maar ook erg mooi. Het zorgt voor enorme verbondenheid en gedeeld verdriet.” Martine: “Muziek kan echt meer zijn dan ondersteuning bij de foto’s of als opvulling tussen de sprekers. Wat ook bijzonder kan zijn, is een muzikant bij het graf, een trompettist bijvoorbeeld. De stoet die achter de kist aan loopt wordt stil, je hoort de muziek al in de verte.” De interviews zijn gepubliceerd in HRLM. (Foto: Esmee van Loon)

Accordeonist Vincent van Amsterdam boetseert met klanken

Vincent van Amsterdam

Vincent van Amsterdam (35) leerde op jonge leeftijd accordeonspelen van zijn vader, musicus en accordeondocent Evert van Amsterdam. In het ouderlijk huis in Haarlem-Noord waren meerdere muziekinstrumenten aanwezig. “Voor mij was de accordeon een vanzelfsprekend instrument. Op 6 jarige leeftijd vroeg ik of mijn vader mij het accordeonspelen wilde leren. Dat ging spelenderwijs. Het instrument werd mijn ingang tot muziek.” Als tienjarige deed hij al mee aan het Nationaal Accordeon Concours.Ik had helemaal niet door hoe goed ik was. Mijn ouders hebben me niet op het schild gehesen.” Vincent studeerde klassiek accordeon aan het conservatorium in Tilburg en won onder meer het Prinses Christina Concours, het Nationaal Accordeon Concours en de Dutch Classical Talent Award. De accordeonist is gefascineerd door zijn instrument, de expressiviteit ervan, van heel hard naar zacht en van venijnig naar zalvend. “Die extremen tref je vooral in de klassieke muziek. Ik vind het polyfonische van de accordeon mooi en ook dat je jezelf kan begeleiden, bijna als een orkest.” Afgelopen januari ontving Vincent als eerste accordeonist de Nederlandse Muziekprijs. De prijs geldt als erkenning voor de klassiek accordeon, meent hij. “Het is geweldig dat accordeonisten nu ook op deze manier vertegenwoordigd zijn in de klassieke muziek”, vertelt hij TEXTSTUDIO tijdens een interview voor HRLM. (Foto’s: Ronald Knapp, Hugo Thomassen en Maurice Lammerts van Bueren)

Marcel Baudet: ‘Muziek is bij uitstek iets wat je doorgeeft’

marcel baudet

Muziek hoorde bij de opvoeding van Marcel Baudet. In het ouderlijk huis klonk altijd klassieke muziek. Zijn vader speelde cello en piano in amateurkwartetten, zijn oudere broer speelde viool en zijn moeder zong. Rond zijn vijfde jaar begon Marcel met cellospelen, na enkele jaren stapte hij over op de piano. “Het was bij ons vanzelfsprekend dat alle kinderen een instrument bespeelden.” Marcel (74) is ruim veertig jaar als pianodocent werkzaam geweest. Hij heeft als hoofdvakdocent aan zowel het Koninklijk Conservatorium als het Conservatorium in Amsterdam gewerkt, en doceerde aan de Yehudi Menuhin School in het Verenigd Koninkrijk. In 1999 richtte hij de Young Pianist Foundation (YPF) op, een toonaangevende organisatie voor jonge, talentvolle pianisten. Muziek doceren is een missie voor mij, het voelt als een roeping.” Begin maart lanceerde Marcel zijn boek ‘Pianogeheimen’. Hij interviewde achttien meesterpianisten uit binnen- en buitenland over musiceren, interpreteren, studeren en lesgeven. “Het boek is onderdeel van het delen van het vak. De meeste geïnterviewden zijn inmiddels overleden, voor het vak maakt dat geen verschil. Alle besproken onderwerpen zijn tijdloos. Ik vond het belangrijk om dat vast te leggen als educatie voor jonge pianotalenten, maar ook voor muziekliefhebbers, pianoliefhebbers en jonge pianodocenten.” TEXTSTUDIO interviewde Marcel in opdracht van HRLM. (Foto’s: Daan Ruijter)